SCOREKAART INVULLEN
Hoe wordt een scorekaart ingevuld?
Iedere golfer heeft voor zichzelf een aantal doelstellingen geformuleerd. Eén daarvan is het spelen van een 18 holes golfbaan in zo weinig mogelijk slagen. De scorekaart wordt als bewijsstuk gebruikt om de gerealiseerde score te noteren. Het behaalde resultaat kan worden vertaald naar een handicap. Dit is het aantal slagen boven de ‘PAR’ (Professional Average Result) dat de baan voorschrijft. De verantwoordelijkheid van iedere golfer is het spelen van een handicap die op een eerlijke en sportieve manier is verkregen.
Helaas komt het regelmatig voor dat scorekaarten niet geheel worden ingevuld. Voor het volledig invullen van een scorekaart is het hieronder beschreven stappenplan noodzakelijk om een correcte en vlotte afwikkeling van de handicapregistratie te bevorderen.
Hoe wordt het aantal behaalde Stablefordpunten op een hole berekend?
Een golfbaan telt normaal gesproken 18 holes, maar 9 holes, 27 holes of meer holes zijn in Nederland ook niet vreemd. Elke hole wordt gekenmerkt door een bepaalde lengte en moeilijkheidsgraad wat stroke-index wordt genoemd. Deze waarden worden respectievelijk weergegeven met een ‘par’ en stroke-index die varieert van 1 t/m 18.
De lengte van een hole is de belangrijkste indicator voor de toekenning van een par. Er bestaan par-3, par-4 en par-5 holes. De moeilijkheidsgraad wordt bepaald door de lengte van de betreffende hole, de aanwezigheid van hindernissen (o.a. bunkers, waterpartijen, boompartijen) en de klimatologische factoren (o.a. windrichting). Hoe lager de stroke-index hoe moeilijker de hole, relatief gezien, wordt geacht.
De totale par van een golfbaan telt in negen van de tien gevallen 72 slagen. Het aantal slagen dat meer wordt verbruikt, wordt vertaald naar een handicap. Iedere golfer begint met een handicapniveau tussen 37,0 en 45,0. Dit is gelijk aan het GolfVaardigheidsBewijs.
Stablefordsysteem …..
Voor de beginnende golfer is de spelvorm ‘Stableford’ het meest belangrijk. De essentie van Stableford als wedstrijdvorm is het minder zwaar laten meetellen van één of eventueel meerdere slecht gespeelde holes. Bij deze spelvorm moet de bal worden opgepakt als er niet meer gescoord kan worden. Dit is bedoeld om de snelheid in de baan aantrekkelijk te houden. Het aantal slagen waarbij niet meer gescoord kan worden, is afhankelijk van de handicap.
Op 1 januari 1998 is het course- en sloperating systeem gelanceerd waarin de feitelijke moeilijkheidsgraad van de golfbaan is vastgelegd. Niet iedere golfbaan is gelijk. De golfbanen verschillen onderling in aantal en ligging van de hindernissen, breedte van de fairways, afmeting en glooiing van de greens en de lengte van de holes.
Iedere golfer die elders een balletje gaat slaan, moet zijn ‘exact handicap’ (actuele handicap) omrekenen naar een playing handicap die op de betreffende baan van toepassing is. Op iedere golfbaan hangt op een opvallende plaats een overzicht met het aantal slagen dat wordt verkregen bij een X – handicap voor zowel mannen als vrouwen.
De verkregen playing handicap moet vervolgens worden verdeeld over de 18 holes. Laten we voor het gemak uitgaan van playing handicap 36,0. Op iedere hole mogen 2 slagen (36 : 18 holes) bij de par worden opgeteld. Dit wordt als ‘persoonlijke par’ omschreven. Dus een par-4 wordt voor u een par-6! Als u een score van 6 slagen behaalt, dan verdient u 2 stablefordpunten. Voor elke slag beter dan de persoonlijke par, verdient u één stablefordpunt extra.
Als na 18 holes 36 stablefordpunten zijn gerealiseerd, dan betekent dat u, theoretisch gezien, uw handicap heeft gespeeld. Met dit resultaat wordt de handicap noch naar boven, noch naar beneden bijgesteld.
Stel dat u met exact handicap 12,5 op een relatief moeilijke golfbaan playing handicap 15 krijgt. Hoe worden deze 15 slagen over de holes verdeeld? Aan de hand van de stroke-index wordt bepaald aan welke 15 holes de handicapslagen worden toebedeeld. Dit zijn de holes met de stroke-index 1 t/m 15.
In de onderstaande tabel wordt een overzicht weergegeven van de stablefordpunten die worden behaald bij een bepaalde score t.o.v. de persoonlijke par.
| Score t.o.v. Persoonlijke Par |
Aantal Stablefordpunten |
Namen van de score * |
| 2 of meer slagen boven uw persoonlijke par | 0 | Dubbel Bogey |
| 1 slag boven uw persoonlijke par | 1 | Bogey |
| Gelijk aan uw persoonlijke par | 2 | (Persoonlijke) Par |
| 1 slag onder uw persoonlijke par | 3 | Birdie |
| 2 slagen onder uw persoonlijke par | 4 | Eagle |
| 3 slagen onder uw persoonlijke par | 5 | Albatross |
| 4 slagen onder uw persoonlijke par | 6 | Condor |
* Normaal gesproken worden deze benamingen aan de behaalde score toegekend zonder rekening te houden met een handicap. Deze constructie heeft een psychologisch effect op het golfspel.





